Sylvia van der Grinten

Sylvia van der Grinten

“Ik wil datgene uit een kind halen wat erin zit”

Sylvia van der Grinten woont sinds 1990 in Hattem op de Vuursteenberg in een huis dat de naam ‘Relinquenda’ draagt. Sylvia, orkestmusicus en vioolpedagoog, kocht met haar man het huis van liedzanger Robert Long en maakte er een plek van waar menige jonge violist zijn of haar muzikale vorming kreeg en op het conservatorium belande. Zelf begon ze op 9-jarig leeftijd met vioolspelen bij Douwe Walta, die haar de basis leerde. Het plezier in het spelen leerde ze van Caroline Ingen Housz. Zij stimuleerde haar van het vioolspelen haar vak te maken en dus ging ze naar het Conservatorium. Na haar opleiding aan het conservatorium speelde ze in diverse orkesten en belande ze uiteindelijk bij het Gelders Orkest. Het lesgeven in Hattem begon geleidelijk aan in de negentiger jaren toen Sylvia nog een volledige orkestbaan had bij het Gelders Orkest. Haar leerlingen vielen op bij het ArtEZ Conservatorium die haar vroegen om naast haar eigen lespraktijk ook op het ArtEZ Conservatorium les te gaan geven. Zo werd ze hoofdvakdocent viool en is ze thans hoofd van de Strijkersafdeling op dit Conservatorium. Ze geldt als een van de beste docenten voor jong talent in Oost Nederland en is een belangrijke bron voor violisten in het Britten Jeugd Strijkorkest. Reden genoeg om haar te interviewen en haar visie te vragen op talentontwikkeling en het belang van klassieke muziek. Door Hans Peter Herwig

Hoe belangrijk vind je jeugdorkesten en heb je zelf ook in een jeugdorkest gespeeld?

Ik kom uit een muzikale familie en wij vormden binnen het gezin een strijkkwartet. Vaste prik was het kamermuziek spelen op zaterdagavond. Mijn vader speelde altviool en zong heel mooi. Mijn moeder speelde piano en viool. Samen gaven we concerten in o.a. bejaardentehuizen. Zo heb ik goed leren samenspelen. Ik zat ook in het Arnhems Interscolair Orkest en later in het Nederlands Jeugd Orkest. Ik vond het heerlijk om kamermuziek te spelen en om in een orkest te spelen. Het Britten Jeugd Strijkorkest vind ik heel belangrijk. Ik heb zelf de voorganger van het orkest (red. Het Constantijn Jeugd Strijkorkest) opgericht in 1990. Destijds kwamen we zonder al te veel moeite aan 25 leden uit de regio. Ik merk dat de leden van het Britten Jeugd Strijkorkest nu ouder zijn omdat leerlingen nu minder ver zijn op jonge leeftijd. Eigenlijk moeten jongeren op hun 12e of 13e al zoveel geleerd hebben dat ze in het Britten kunnen spelen.

Wat vind je van de huidige situatie in de klassieke muziek. Komt er voldoende jong muzikaal talent tot ontwikkeling in Oost Nederland?

Ik vind het in deze regio een wat kale boel wat klassieke muziek betreft en er lijkt zelfs een mindering gaande te zijn. In de randstad gebeurt veel meer en dat zou hier natuurlijk ook moeten gebeuren. Over de ontwikkeling van jong talent maak ik me zorgen. Concentratie is moeilijk voor de huidige jeugd. Multi-tasken is prachtig maar dan doe je alles maar voor 20%. Het woord concentratie betekent letterlijk jezelf centraal stellen en dat is nodig als je intensief muziek wilt studeren. Er blijft veel potentie liggen bij de huidige jeugd, ook omdat ze te weinig cultuur aangeboden krijgen. Er zou eigenlijk een 2e Britten Jeugd Strijkorkest (het huidige orkest zit al vol) moeten komen die langs de scholen gaat met concerten en kinderen laat zien wat er mogelijk is.

Wat vind je van het verdwijnen van veel muziekscholen in Nederland?

Ik vind dat jammer. Muziekscholen hadden een geweldige functie. Zelf ben ik ook op de muziekschool begonnen en kreeg daar goed les. Het was bovendien goed betaalbaar en daardoor laagdrempelig voor iedereen. Ik ken de prijzen van de huidige privédocenten niet maar ik kan me voorstellen dat muziekles te duur wordt en dus niet voor iedereen bereikbaar. Maar muziek hoort bij de opvoeding. Waarom? Het gaat om de kunst van het leven. De kwaliteit van het leven gaat zoveel vooruit als je de cultuur in je meedraagt. Wat is het heerlijk als kinderen dat meekrijgen. Het levert een beter mensbeeld op, daar ben ik van overtuigd. Daarvoor moet je van onderaf beginnen. Er zou iemand op moeten staan, net als Abreu in Venezuela (red: de drijvende kracht achter het muziekproject El Sistema), die een plan maakt om cultuur, muziek en andere kunstvormen, meer aan bod te laten komen bij kinderen zodat ze getriggerd worden en denken: ‘dat wil ik ook!’ In buitenlandse musea zie ik bijvoorbeeld hele klassen met kinderen die geconcentreerd bezig zijn met cultuur. Dat zie ik in Nederland veel minder.

Wat is de rol van de ouders? In muziekfamilies zie je vaak dat de kinderen zich beter ontwikkelen omdat ze een voorbeeld hebben thuis. Hoe gaat dit bij families waar de ouders minder ervaring hebben met muziek maken?

Ik maak mee dat ouders van mijn leerlingen denken: ‘dat kan mijn kind niet’. Ze zijn dan verbaasd als ze op een voorspeelavond het resultaat zien en horen. Mij verbaast het niet. Kinderen kunnen vaak veel meer dan ouders denken. Het zit er allemaal in. Het is belangrijk dat de jonge musici er niet alleen voorstaan. De omgeving is heel bepalend voor de ontwikkeling. Ouders of verzorgers zijn een belangrijke voorwaarde om talent tot bloei te laten komen. Ik vraag actief hun steun voor mijn leerlingen. Ik vraag dan aan de leerling: welke violisten ken je nu? Als ze dat niet weten schrijf ik er meteen 10 voor ze op en vraag ze die op youtube, een fantastische uitvinding, te gaan beluisteren. Ook vraag ik aan de ouders ‘Zetten jullie radio 4 op?’ Voorbeelden zijn heel belangrijk!

Wat maakt een docent een goede docent om jong talent op te leiden (talent dat door kan groeien naar een vakopleiding). Wat is essentieel als je met jong talent werkt?

Lesgeven is een leven lang leren. Ik heb zelf ook steeds beter leren lesgeven. Vroeger heb ik les gehad van Qui van Woerdekom. Hij was echt een pedagoog die heel goed is in methodiek. Tijdens de praktijkles gaven we proeflessen aan kinderen en medestudenten en Qui was fantastisch. Hij liep van leskamer naar leskamer, ondertussen allerlei aanwijzingen gevend. Heel inspirerend was dat. In deze regio missen we zo’n belangrijke pedagoog. Op de conservatoria wordt tegenwoordig te weinig tijd ingeruimd voor methodiek. Maar methodiek is heel belangrijk. Cellodocent Maria Hol is een mooi voorbeeld. Zij focust met haar leerlingen een tijd lang op één onderwerp, bv zuiverheid, en gaat daarna naar een volgend onderwerp. Niet alles tegelijk dus, want dat werkt niet bij jonge musici.

Je kiest ervoor om ook les te geven aan jong talent voor de vakopleiding. Wat boeit je in deze leeftijdsgroep?

Op het conservatorium zijn de leerlingen vaak ouder. Om een kweekvijver te hebben is het nodig jongere kinderen les te geven. Ik vind het leuk om de wens bij jonge kinderen om zich muzikaal te ontwikkelen vooruit te helpen. Ik wil datgene uit een kind halen wat erin zit. Noem het een passie.

Wat zou er moeten veranderen in de manier waarop we jong muzikaal talent nu begeleiden in Nederland?

Het is belangrijk dat daar geld voor vrijgemaakt wordt. Het ArtEZ Conservatorium heeft daar goed in geïnvesteerd in het verleden, maar de toestroom naar de jong talentenklas zou veel beter moeten. Daarvoor is het contact met de docenten in de regio heel belangrijk. Docenten moeten het belang van de leerling vooropstellen en bereid zijn leerlingen door te geven als de tijd rijp is. Ik begrijp dat dat niet altijd makkelijk is, maar deze verandering is ook goed voor de leerling. Ik vind het ook belangrijk dat talent goed gecoacht wordt. In de sport praat men over breedtesport en topsport. Voor de topsport zijn speciale voorzieningen en wordt samengewerkt door verschillende organisaties om toptalent te begeleiden. Dit gebeurt veel minder in de culturele sector en we kunnen wat dat betreft een voorbeeld nemen aan de sportsector.

Tot slot, blijf je lesgeven zolang je kunt, ook als je met pensioen gaat bij het ArtEZ Conservatorium?

Zeker, misschien wel tot mijn 70e of langer als dat gaat.

Top